Meer aandacht voor samenspel
hoofd- en regionaal watersysteem

Laagwater - foto: Wim Eikelboom

Wat speelt er in het Rijngebied?

In het Rijngebied hebben we door klimaatverandering te maken met vaker hoogwater en ook met langduriger laagwater. We moeten dus blijven focussen op waterveiligheid en zorgen dat er voldoende zoetwater beschikbaar is en blijft. Maar er is meer nodig om de Waal-Merwede, de Nederrijn-Lek en de IJssel en het omliggende gebied toekomstbestendig in te richten, zo blijkt uit een uitgebreide analyse in 2024. Waar moeten we mee aan de slag? 

Vaker hoog- en langduriger laagwater: focus op waterveiligheid en waterbeschikbaarheid is (en blijft) cruciaal 

Door klimaatverandering krijgen we ook in het Rijngebied vaker te maken met hoogwater en ook met langdurigere periodes van droogte. Door de stijgende zeespiegel dringt zout water verder Nederland binnen. We krijgen een groter tekort aan zoetwater, ook omdat de vraag toeneemt. Dat is een probleem voor onze voorraad drinkwater, voor de landbouw, natuur en industrie. 

Hoogwater - Bron: waterschap Drents Overijsselse Delta
IJssel, laagwater bij Deventer. In de kerstvakantie 2023/ 2024 was hier juist een hoogwaterpiek. Onder andere door de grote aanvoer van zowel de IJssel als het regionale watersysteem - Foto: Wim Eikelboom

Rijn en regionaal watersysteem: samenhang verdient meer aandacht 

Meer en extremere regenval kan zorgen voor wateroverlast. Dat heeft ook gevolgen voor de waterstand in de Rijntakken en in sloten, vaarten, grondwater, noem maar op. Het samenspel tussen het hoofdwatersysteem (Rijn) en dit regionale watersysteem heeft meer aandacht nodig. 

Dit moet ook omdat we merken dat meerdere fenomenen zich vaker tegelijk voordoen, waardoor opgaven opstapelen. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie van hoogwater in de IJssel met veel regen in de Achterhoek. Bij de verkeerde combinatie raakt het regionale watersysteem vol en kan het niet snel meer afwateren. 

Water en bodem richtinggevend – ook voor de inrichting van het Rijngebied

Het Rijk heeft water en bodem richtinggevend gemaakt voor de inrichting van ons land. Dat betekent bijvoorbeeld dat we niet meer kunnen (nieuw)bouwen in de uiterwaarden, dat we ruimte reserveren voor toekomstige dijkversterking, waterberging en rivierverruiming, dat we grondwater langer vasthouden en dat we biodiversiteit op en rond dijken stimuleren. 

Kribben ter voorkoming van erosie - Bron: waterschap Rivierenland, August Swietkowiak
Dalende rivierbodem, Rijn bij Arnhem - Bron: waterschap Rivierenland, Peter Venema

4. Dalende rivierbodem is schadelijk voor natuur, landbouw, scheepvaart en bouwwerken – en dat moet dus stoppen 

De rivierbodem schuurt steeds verder uit en dat is een probleem. Wat is er aan de hand? Voor waterveiligheid hebben we in het verleden de riviergeulen vastgelegd met kribben en strekdammen. We hebben rivieren ook rechter gemaakt door bochten af te snijden. Het water stroomt hierdoor bijna het hele jaar door het zomerbed van de rivier. Door de aanleg van stuwen en dammen wordt haast geen zand en grind (sediment) meer aangevoerd uit het buitenland. De rivierbodem slijt steeds verder uit en daalt.  

Het water stroomt dus minder vaak door het winterbed, door de uiterwaarden. Het water kan dan geen zand of grind (sediment) mee terugnemen, de rivier in. Daardoor worden de uiterwaarden steeds hoger. Dit versterkt elkaar. Hoe dieper de rivierbodem uitslijt, hoe minder water er door de uiterwaarden gaat, hoe hoger de uiterwaarden worden en hoe meer de rivierbodem weer daalt.  

Een lagere rivierbodem betekent lagere rivierwaterstanden en lagere grondwaterstanden. Dat heeft invloed op bijvoorbeeld de natuur, de landbouw en de bebouwing in de uiterwaarden, ook op enige afstand van de rivieren. Door de lage waterstand in de rivieren kunnen schepen lastiger varen. Ook zijn havens of sluizen minder goed bereikbaar. Want daar zakt de bodem niet mee.  

Een dalende rivierbodem is ook gevaarlijk. Kabels en leidingen die onder de rivier doorgaan, kunnen bloot komen te liggen. Oevers, kades en waterkeringen kunnen instabiel worden. Ook kunnen lagere (grond)waterstanden ervoor zorgen dat bouwwerken in en langs de rivieren minder stabiel worden of funderingen worden aangetast. 

Aandacht voor waterveiligheid blijft nodig, maar we moeten méér doen (en in samenhang) 

Ruimte voor de Rivier 2.0 is de nieuwe naam voor het programma Integraal Riviermanagement (IRM). Die naam zegt het al: in dit programma streven we naar samenhang in wat we doen. De maatregelen die we nemen om de rivierbodemdaling te stoppen en de Rijntakken meer ruimte te geven, zijn niet alleen goed voor waterveiligheid, maar ook voor scheepvaart, zoetwater, natuur en ruimtelijke en economische ontwikkeling. 

Hoogwater IJssel bij Doesburg - Foto: Wim Eikelboom
Samen in gesprek over opgaven, kansen en dilemma's tijdens bijeenkomst Integraal Riviermanagement - Bron: Ruimte voor de Rivier 2.0

Nieuwe spelregels en besluitvorming zijn ook nodig 

Internationaal, landelijk en regionaal waterbeheer en alle maatregelen die nodig zijn om het Rijngebied toekomstbestendig in te richten, vragen ook om ‘anders samenwerken’.  

Als Deltaprogramma Rijn en Ruimte voor de Rivier 2.0 zullen we goed moeten samenwerken. En met de andere programma’s die actief zijn in het Rijngebied – van het Hoogwaterbeschermingsprogramma tot de Deltaprogramma’s Ruimtelijke Adaptatie en Zoetwater en veel andere – is natuurlijk ook afstemming nodig, net als met riviergemeenten en maatschappelijke organisaties.